Vertegenwoordigers onderwijs en bedrijfsleven bieden actieplan Bèta/Techniek aan kabinet aan

50 adviezen om instroom bèta/technische studies met 15% te vergroten


Delft- 4 juli 2003. Vernieuwde opleidingen die jongeren trekken, een overheid die minder landelijke regels stelt en die regionale vernieuwingsinitiatieven krachtig stimuleert door middel van resultaatafhankelijke premiering en een actief bedrijfsleven over een breed front. Dat zijn de vier pijlers waarop Mee(r) Doen: 50 stappen om te komen tot 15% meer bèta/technici in 2010 is gebaseerd. Het actieplan bevat ideeën uit de praktijk en vormt input voor het streven van de Europese ministers om in 2010 in het belang van de kenniseconomie 15% meer bèta/technische studenten te hebben. Vandaag is het door een comité van aanbeveling onder leiding van Arie Kraaijeveld, voorzitter van stichting AXIS, aangeboden aan de ministers Van der Hoeven van Onderwijs en Brinkhorst van Economische Zaken. Met deze adviezen is een extra overheidsinvestering van 180 miljoen euro voor de komende zes jaar gemoeid.

Innovatiearrangement / premiering op basis van resultaat
Uit de praktijk van AXIS is gebleken dat het aantrekkelijker maken van opleidingen in bèta/techniek en een groter accent op flexibele aansluitingen tussen onderwijssectoren, een bijdrage levert aan een grotere instroom – ook van meisjes - en aan een geringere tussentijdse uitval. Cruciaal hierbij is dat deze vernieuwing vanuit de praktijk vorm kan krijgen en dat daarbij een breed beroepsperspectief centraal staat. De overheid zou voor deze vernieuwing in wet- en regelgeving ruimte moeten maken en premieert scholen en instellingen die hiervan gebruik maken en zich inzetten voor resultaat. Deze aanpak is effectiever dan veel geld verslindende landelijke imagocampagnes en het met financiële prikkels proberen studiekeuzes van jongeren te beïnvloeden. Het is essentieel dat onderwijsorganisaties en het bedrijfsleven zelf aan het stuur zitten. Daartoe zou, naast het al bestaande platform beroepsonderwijs, het programma Verbreding Techniek Basisonderwijs moeten worden uitgebreid tot 2500 basisscholen (in 2010). Voor het algemeen voortgezet onderwijs/hoger onderwijs zou er een Bèta/Techniek Innovatiearrangement moeten komen dat de ontwikkeling van doorlopende leertrajecten (a)vo/ho stimuleert en deze ook inhoudelijk aantrekkelijk maakt. Dit kan door bijvoorbeeld meer ruimte voor praktijkgerichte oriëntatie, programmadifferentiatie en dergelijke. In het hele beroepsonderwijs zouden scholen de gelegenheid moeten krijgen aan te sluiten bij de bestaande en succesvolle herontwerpbeweging. Deze vernieuwingen zijn niet mogelijk zonder veel inzet van management en docenten. Dit vereist naast nascholing ook een fundamentele vernieuwing van de lerarenopleidingen en veel meer ruimte voor eigen personeelsbeleid van onderwijsinstellingen.

Loopbaan – en mobiliteitsafspraken
Voor de keuze van jongeren is het van groot belang dat zij een positief toekomstbeeld koppelen aan bèta/technische studies. Aantrekkelijke, brede startfuncties en (meer) uitdagende loopbaanperspectieven zijn net zo essentieel als instroomvergrotende leertrajecten in het onderwijs. Bedrijven hebben daarbij vanzelfsprekend een grote rol. Niet alleen door praktijkcases aan te bieden, maar ook door enthousiasme voor het beroepenveld over te dragen. Het onlangs door grote bedrijven opgezette project Jet-Net vormt daarvan een goed voorbeeld. Voorgesteld wordt om vroeg in de studie, zeker waar het gaat om monodisciplinaire opleidingen, loopbaanafspraken te maken tussen jongeren, onderwijsinstellingen en bedrijven.Het bedrijfsleven zou hier zelf het initiatief voor moeten nemen en ook systematisch moeten nagaan of beloningsprikkels noodzakelijk zijn voor specifieke functies. Daarnaast moeten, juist in een tijd van economische neergang, anticyclische maatregelen worden ontwikkeld zodat bèta/technisch potentieel niet verloren gaat. Dit kan bijvoorbeeld door mobiliteitsafspraken te maken met het onderwijs en daartoe een vereveningsfonds op te zetten.

Bèta/techniek ambassadeur
Het actieplan ‘Mee(r) Doen’ bepleit een integrale aanpak op alle vier genoemde pijlers. Een aanpak die is gebaseerd op reeds opgedane ervaringen. Alleen dan is de geformuleerde ambitie van 15% in 2010 door ons land te halen. Een landelijke bèta/techniek ambassadeur met een brede onderwijsscope zou moeten “toezien” op de samenhang van maatregelen in de zogenaamde ketenaanpak. Ook kan deze ambassadeur het aanspreekpunt zijn voor het Innovatieplatform onder leiding van de minister-president. Dit mede om te stimuleren dat dit platform zich niet alleen richt op Research & Development en de “bovenkant” van het onderwijsgebouw, maar ook oog heeft voor de onderwijs- en arbeidsmarkt in brede zin en de noodzakelijke doorvertaling van innovaties naar het bedrijfsleven en andere maatschappelijke sectoren.

Download het actieplan in pdf.